Ziek van eten

“Ik ga dood, ik ga dood, ik ga dood,” kreunde ik in paniek tegen mijn ouders. Helse buikpijn had me gewekt.

ABOUT YOU: Isabel Oschatz

Kittens

2:00 uur lees ik op het schermpje van mijn telefoon. Zachtjes sleep ik mezelf uit bed en baan me een weg naar de keuken. Nadat de flesjes klaar zijn voor gebruik en ik mijn handschoenen aangetrokken heb, pak ik heel voorzichtig een van de kittens op. Als vanzelf schiet mijn stem drie octaven hoger: “Hallo miauw, heb je lekker geslapen? Jij hebt honger hè? Jaaa. Geen zorgen ik kom je redden. Nom nom nom”. Laten we eerlijk zijn, het is onmogelijk om je normaal te blijven gedragen wanneer er kittens in de buurt zijn.

Ik doe er momenteel namelijk alles aan om te herstellen van anorexia. 

Moederpoes is ziek, dus ik heb me heldhaftig de verzorging van de kittens op me genomen. 

Terwijl ik in het donker mijn uiterste best doe om het kleintje zo goed mogelijk te voeden, besef ik me dat voeding in het algemeen steeds meer op een fulltime bezigheid begint de lijken. Als ik niet bezig ben met de voeding van de kittens, dan ben ik wel bezig met mijn eigen voeding. Ik doe er momenteel namelijk alles aan om te herstellen van anorexia. 

Anorexia en ik

Anorexia en ik… het heeft wel even geduurd voordat ik, en de mensen om mij heen, besefte dat mijn problemen te maken hadden met een eetstoornis. Zelfs nu ik het opschrijf en teruglees, kan ik me maar moeilijk voorstellen dat dit echt over mij gaat. Ik ben positief, vrolijk en ik geniet volop van de mensen om me heen. Dat moet toch genoeg zijn om zonder te veel problemen door het leven te gaan?

Anorexia en ik… het heeft wel even geduurd voordat ik, en de mensen om mij heen, besefte dat mijn problemen te maken hadden met een eetstoornis.

Nou, blijkbaar niet. De problemen speelden jaren geleden al op, zonder dat ik dat echt in de gaten had. Ondanks dat ik doorgaans een positief beeld had van de wereld en de mensen om mij heen, was mijn zelfbeeld niet zo stabiel.

Pesten

Eigenlijk konden anorexia en ik in eerste instantie wel goed met elkaar door een deur.

Zowel op de basisschool als op de middelbare school werd ik gepest. Het liefst zou ik je nu vol trots vertellen dat hun woorden me niks deden en ik ze inmiddels ver voorbij ben in het leven, maar de waarheid is dat ik mezelf dankzij hen heb leren kennen als het “rare”, “dikke” meisje die zij omschreven. Ik leerde niet alleen op een negatieve manier naar mezelf kijken, maar ik leerde in die periode ook anorexia kennen. 

En zo sloot ik onbewust een deal waar ik niet zomaar vanaf zou komen.

Eigenlijk konden anorexia en ik in eerste instantie wel goed met elkaar door een deur. Niet zomaar opgeven en je lot accepteren, maar zoeken naar een oplossing. Anorexia speelde in op die manier van denken en gaf daar een eigen draai aan: “Misschien vinden ze je nu dik, maar geen zorgen, daar kun je iets aan doen! Zodra je afvalt, zullen ze je minder raar vinden. Let gewoon even op wat je eet en ga bewegen. Voor je het weet, is alles zoals het zou moeten zijn. Ben jij zoals je zou moeten zijn.” En zo sloot ik onbewust een deal waar ik niet zomaar vanaf zou komen. 

Mama

Pesters waren echt verre van ideaal, maar na school kon ik altijd veilig naar degene die mij wèl onvoorwaardelijk accepteerde zoals ik was, mijn moeder. 

Wanneer je iemand dreigt te verliezen van wie je houdt, kan je je enorm machteloos voelen.

Tot ik op een dag thuiskwam en mijn moeder daar niet zoals gewoonlijk op me wachtte. Mijn vader zat alleen in de stille huiskamer. Toen hij mij hoorde keek hij bezorgd op; “Isabel, Mama is ziek geworden en het ziet er niet goed uit,” was het eerste wat hij zei. 

Je hebt geen controle over een ziekte, maar wel over hoeveel je afvalt.

Wanneer je iemand dreigt te verliezen van wie je houdt, kan je je enorm machteloos voelen. In paniek greep ik alles aan waar ik wel controle over had. Anorexia kon deze kans natuurlijk niet laten liggen en trad ongemerkt steeds meer op de voorgrond: “Isabel, wat ontzettend naar voor je. Je moet je wel heel angstig voelen, maar help je daar je moeder mee? Niet echt toch? Als je minder eet voel je ook minder. Je hebt geen controle over een ziekte, maar wel over hoeveel je afvalt.”  

Nieuwe gewoontes slopen erin. Zo checkte ik nu gedachteloos welke vla de minste calorieën bevatte en verloor ik eetlust bij producten waar anorexia geen goedkeuring voor gaf. 

Nieuwe gewoontes slopen erin

Ik ga dood

Ik was te duizelig en slap om te lopen, dus ben op mijn handen en voeten naar hun slaapkamer gekropen. “Mama, help.” 

Mijn eetlust was trouwens niet het enige probleem. Misschien was afvallen ooit de grootste motivatie om minder te eten, maar daar ging het al niet meer om. Ik zweer je, eten maakte me sinds kort ziek en daarom at ik niet. Misschien klinkt het als een slecht excuus, maar je gaat mij niet vertellen dat die ondraaglijke buikpijn na elke maaltijd toeval was. “Dat doet eten dus met je,” wist anorexia te beamen. 

“Ik ga dood, ik ga dood, ik ga dood,” kreunde ik in paniek tegen mijn ouders. Helse buikpijn had me gewekt. Ik was te duizelig en slap om te lopen, dus ben op mijn handen en voeten naar hun slaapkamer gekropen. “Mama, help.” 

Een ding was wel zeker: ik was ondervoed.

In het ziekenhuis werd niet duidelijk waar mijn klachten vandaan kwamen, maar een ding was wel zeker: ik was ondervoed. Ik moest voeding krijgen en aangezien ik niet at, werd het de taak van mijn ouders om mij via een sonde te voeden. Ik voelde me net zo klein en afhankelijk als de kittens die nu om mijn aandacht mauwen, misschien was ik wel ietsje minder schattig, maar het scheelt niet veel. 

Ik wil dood

Elke dag was het moment van “eten”, soms letterlijk, een gevecht. De sonde gaf me geen energie, maar slurpte energie. Zo wilde ik niet leven. 

Nog kan ik niet geloven dat dit is wat ik dacht, maar ik wist zeker dat wat de dood ook inhield, het nooit erger kon zijn dan dit. Deze gedachte plantte zich in mijn hoofd en schoot wortel in mijn perspectief. 

Om te voorkomen dat dit uit de hand liep, werd ik opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. 

Ontmoeting in opname

Het leek nog geen week geleden dat ik als kind door straten danste en nu liep ik door gangen van een kliniek. Ik kan me nog heel goed mijn eerste gesprek met een medepatiënt herinneren. 

Het leek nog geen week geleden dat ik als kind door straten danste en nu liep ik door gangen van een kliniek.

Een mager meisje van mijn leeftijd kwam spontaan, en misschien iets te opgewekt voor de algemene grafsfeer, op me af. “Hoi, ik ben Milou! Je hoeft hier echt geen antwoord op te geven hoor, maar ik zag je bij het eten en ik vroeg me af hoe lang jij al last hebt van anorexia,” zei ze, alsof ik dat label al op mijn voorhoofd stond getatoeëerd, maar ik hier nog niet van op de hoogte was. Ik zei dan ook stellig: “Heb ik niet. Ik word ziek van eten, daarom eet ik niet veel.” Even keek ze me kritisch aan, maar besloot daarna denk ik dat het niet haar plek was om er verder op in te gaan. 

We hadden precies dezelfde “rituelen” en droegen dezelfde gezichtsuitdrukking: pure paniek met een vleugje vastberadenheid. 

Tijdens de maaltijd die hierop volgde, had Milou weinig aandacht voor me. Wel had ze veel aandacht voor het eten dat voor haar lag. Deze keer was ik degene die zo onopvallend mogelijk haar gedrag bestudeerde. Nu begreep ik waarom ze anorexia bij mij herkende, we hadden precies dezelfde “rituelen” en droegen dezelfde gezichtsuitdrukking: pure paniek met een vleugje vastberadenheid. 

 Schichtig keek ze even om zich heen, waardoor onze blikken elkaar kruisten. Onzeker gaf ik haar een aanmoedigend knikje en nam zelf een klein hapje van mijn maaltijd. Zij glimlachte terug en deed hetzelfde.

Erkenning

Toen ik accepteerde dat ik inderdaad verstoorde ideeën had over eten, besloot ik daarmee aan de slag te gaan.

De dagen die hierop volgde begon ik voor het eerst mijn eetstoornis echt te zien. Ik was misschien niet meer heel bewust zoveel mogelijk aan het afvallen, maar was wel constant doodsbang om aan te komen. Van andere symptomen had ik de oorzaak verkeerd geïnterpreteerd. Het eten veroorzaakte bijvoorbeeld niet mijn buikklachten, maar wel de spanning die kwam kijken bij het eten. 

De eetstoornis heeft me nooit gebracht waar ik op hoopte, ik voelde me door anorexia niet geaccepteerd of in controle. 

Toen ik accepteerde dat ik inderdaad verstoorde ideeën had over eten, besloot ik daarmee aan de slag te gaan. Binnen een anorexia kliniek heb ik een aantal maanden gevochten tegen de stem die hardnekkig bleek te zijn. Hardnekkig en totaal niet oplossingsgericht. De eetstoornis heeft me nooit gebracht waar ik op hoopte, ik voelde me door anorexia niet geaccepteerd of in controle. 

Poes en paniek

Een huisdier om mij gezelschap te houden en mij te steunen… was het idee. 

Toen ik na maanden van discussie met mijn innerlijke gezelschap ‘anorexia’ eindelijk thuiskwam, zat daar als verassing een poes op mij te wachten, inmiddels bekend onder de naam: Sproet. Een huisdier om mij gezelschap te houden en mij te steunen… was het idee. 

De werkelijkheid was dat als ik in paniek was, Sproet met dezelfde paniek mijn meubels begon te mishandelen. Als ik gefrustreerd was, verdrietig of beschaamd was, werden wederom mijn meubels slachtoffer. 

Eten

De kittens die ik nu vol liefde kan geven waar ik ooit zo bang voor was, eten. 

Velen meubelreparaties later, kan ik eindelijk zeggen dat ik weer weet waarom ik eet en daarmee mijn paniek grotendeels de baas ben. Ook Sproet is daardoor tot rust gekomen, sterker nog; de dag dat ik echt voelde dat ik weer vol overgave in het leven sta, beviel zij van de kittens die ik nu vol liefde kan geven waar ik ooit zo bang voor was, eten. 

Facebook feed placeholder if tracking is disabled