ABOUT YOU: Simpelweg ingewikkeld

's Nachts zag ik monsters in het behang die me wilde opvreten, en overdag sliep ik alleen nog maar.

ABOUT YOU: Saskia van der Jagt (Eva Maria Staal)

Verwachtingen

Als puber vond ik mezelf ontzettend onaantrekkelijk. Ik dacht: “Van mijn uiterlijk en mijn populariteit moet ik het niet hebben, laat ik in godsnaam voor een carrière als succesvolle studie-nerd gaan.”
In het VWO-examenjaar werkte ik me, totaal bezeten van angst, naar negens en tienen. 

Het was een zee van sociale studenten, die samenkwamen in enorme collegezalen, waarin ik verzoop.

Die resultaten brachten mij waar ik wilde zijn: de studie rechten. Ik verwachtte ongemakkelijke mede-nerds, maar kwam terecht tussen mensen die wél zonder moeite contact met elkaar maakte, mensen die wél hielden van feesten en drank. 

Het was een zee van sociale studenten, die samenkwamen in enorme collegezalen, waarin ik verzoop.

Teleurstelling

Net zoals ik er op de middelbare school nooit echt bij hoorde, was dat ook hier het geval en ik klapte helemaal dicht. Ik brak abrupt mijn studie af en viel in een gat. 

Het gevoel van eenzaamheid overspoelde me en de paniek vloog me naar mijn keel. 

Tot overmaat van ramp kon ik mijn redding niet vinden in het inhoudelijke gedeelte van de studie. De studie was lang niet zo inspirerend als ik had verwacht: op de eerste dag kreeg ik te horen dat rechtvaardigheid niet bestond, en dat je als rechtsgeleerde vooral “creatief” met de waarheid om moest kunnen gaan. Vol afkeer keek ik rond, op zoek naar herkenning bij mijn mede-studenten, maar iedereen was oké met die uitspraak! 

Het gevoel van eenzaamheid overspoelde me en de paniek vloog me naar mijn keel. 

Ik brak abrupt mijn studie af en viel in een gat. 

Verloren

Mijn ouders en mijn vrienden begrepen totaal niet wat eraan schortte. Zelf had ik geen idee meer wie ik was, wat ik leuk vond en waar mijn talenten lagen. Ik was verloren, maar was ook niet meer op zoek naar een uitweg. Ik was uitgeput en opgebrand, te moe om erover na te denken. 

De crisis verdiepte zich: ’s nachts zag ik monsters in het behang die me wilde opvreten, en overdag sliep ik alleen nog maar. Ik hyperventileerde bij elke gedachten aan welke toekomst dan ook.

Nu haakte ik lichamelijk volledig af wanneer iemand iets van me vroeg, zelfs al ging het alleen om het doen van de afwas.

Als iemand mij hiervoor vertelde dat je lichaam je in de steek kan laten op het moment dat je geest is overbelast, had ik diegene uitgelachen. Nu haakte ik lichamelijk volledig af wanneer iemand iets van me vroeg, zelfs al ging het alleen om het doen van de afwas.

Ik wilde beter worden, maar het lukte niet. Ik was ervan overtuigd dat ik in elk opzicht had gefaald, en elke keer dat ik me dat realiseerde, werd ik zieker en wanhopiger. Naarmate de tijd verstreek, werden de mensen om mij heen steeds ongeduldiger. Ook zij wilden mij snel beter zien worden, maar er zat geen vaart in het proces. Wat zij ook deden om mij te helpen, ik was ver weg en onbereikbaar.

Stel jezelf twee vragen

Ik zal dan ook nooit het moment vergeten dat het een van mijn vrienden lukte mij wel te bereiken. Een hele zachtaardige jongen. Iemand die er jaren over had gedaan om uit de kast te komen. Hij had zijn hele leven al last van migraine aanvallen, maar dat ging nu beter. 

Hij zat op de rand van mijn bed en zei: “Jij bent je crisis geworden.” 

Ik snapte niet wat hij bedoelde. Hij vervolgde: “De angst voor angst bepaalt je leven.”
Dat was waar. Ik was bang voor iets wat al was gebeurd. Ik kon niet voldoen aan mijn verwachtingen, ik had al gefaald en was bang om te blijven falen. Die angst bepaalde alles en hield het “falen” in stand. 

Jij bent je crisis geworden.

“Hoeveel erger kan het nog worden?” vroeg mijn vriend.
“Tot ik het niet meer aankan en zelfmoord pleeg,” antwoordde ik. 

“Nou,” zei hij, “volgens mij is het dan de hoogste tijd er iets tegen te doen.”

Mijn vriend vertelde dat hij op een zeker moment zoveel migraineaanvallen had, dat het zijn dagelijkse doen en laten beheerste. Al voor de ene aanval eindigde, blikte hij al panisch vooruit naar de volgende. Ook hij raakte verlamd door angst. Hij kon zo niet leven, dus stelde hij zichzelf twee vragen en nu legde hij mij dezelfde vragen voor:

  1. Wat vind je leuk om te doen? 
  2. Wat kan je goed?

Antwoorden

Ik schaamde me om het te zeggen maar Ik vond niks meer leuk. Hij legde de lat laag en stelde de simpelste dingen voor: van filmpjes kijken tot nagelbijten. Zodra ik laagdrempelig over de vraag nadacht, kon ik wel meer dingen verzinnen die ik ooit enigszins leuk had gevonden. 

We dachten hetzelfde na over de tweede vraag. Ik was goed in het aaien van de kat en in het smeren van brood. 

De opdracht is juist niet om je passie te vinden en je dromen na te jagen… nee, het gaat erom dat je iets simpels zoekt waar je van opknapt en een beetje een gevoel van eigenwaarde van krijgt

Op den duur ontstond er een patroon tussen wat me leuk leek om te doen wat en wat ik dacht te kunnen. Het leek me leuk om dakloze mensen wat op te vrolijken en toevallig kon ik aardig tomatensoep maken. Zo kwam ik als keukenhulpje bij het Leger des Heils te werken. 

Makkelijk was dit niet, maar zo kwam ik wel in een omgeving met mensen zoals ik. 

Of het nou soep koken voor daklozen is, of kleurboeken inkleuren met ouderen, het maakt niet uit. De opdracht is juist niet om je passie te vinden en je dromen na te jagen… nee, het gaat erom dat je iets simpels zoekt waar je van opknapt en een beetje een gevoel van eigenwaarde van krijgt. Iets waardoor de depressie en de angst even worden vervangen door iets heel kleins, maar wel iets beters. 

Jouw antwoord?

Mijn meelevende vriend stelde mij jaren geleden twee vragen. Door deze twee vragen ben ik in staat jou nu hetzelfde kan vragen: Wat vind je leuk om te doen? Wat kan je goed?

Heb jij vragen na het lezen van dit artikel, of wil je met iemand praten? Ga naar Mindkorrelatie